‘Je moet weten waar je juridisch staat’

Er spelen in de wereld van de tuin- en landschapsarchitectuur de laatste jaren verhalen over schendingen van het auteursrecht. Jurist Kees Berendse werkt al tientallen jaren in deze tak van het recht, en werkt nu als zelfstandig specialist intellectueel eigendomsrecht. Ontstaat er een conflict, dan is Berendse’s eerste advies om te zorgen voor een solide juridische basis. “Niet zomaar toegeven.” Daarnaast moeten tuin- en landschapsarchitecten goed laten zien wat ze doen, en laten merken dat ze om de integriteit van hun werk geven.

Blauwe Kamer, juni 2013

Binnen de wereld van de tuin- en landschapsarchitecten is veel te doen over het auteursrecht. Merkt u daar iets van in uw praktijk?

“Nee. Als het goed is, moeten opdrachtgevers last hebben van tuin- en landschapsarchitecten die hun auteursrecht bevechten. Ik ga ervan uit dat het aanbrengen van wijzigingen in hun werk aan de orde van de dag is, maar merk daar niet veel aan. Terwijl het wel de moeite loont. Er zijn genoeg zaken die ontwerpers gewonnen hebben.”

Wat moet je doen als je denkt dat je auteursrecht wordt geschonden?

“Mensen reageren vaak vanuit de emotie. Ze schieten dan vaak in een verzet, sturen brieven of mails of gaan bellen. En omdat mensen dat vaak doen zonder dat ze deskundig zijn, werkt dat vaak contraproductief. Je moet eerst weten wat je rechtspositie is, wat van jou is. Het gevoel speelt mee, maar het publiek speelt ook mee. Je kunt de media en het publiek inzetten voor je zaak. Maar de jurisprudentie is de basis onder het verhaal. Je moet eerst weten waar je juridisch staat. Ga niet zelf zitten rommelen.”

Is de sloop van een gebouw of een ingrijpende wijziging van een park een aantasting van het auteursrecht?

“De Hoge Raad laat daarvoor veel ruimte, maar het is afhankelijk van de omstandigheden, en dus moet je die omstandigheden kennen. Is de opdrachtgever bijvoorbeeld zorgvuldig te werk gegaan? Dat is zo’n grijs gebied, maar je kunt dat als jurist goed inkleuren door bijvoorbeeld jurisprudentie te zoeken die past bij de zaak. Zo ontstaat een beter juridisch beeld. Daar moet je wel deskundigheid  voor hebben.

“De eigenaar is verantwoordelijk, hij heeft een onderhoudsplicht. Dit moet je contractueel regelen, dat het werk in een goede staat wordt gehouden. Er speelde in de jaren tachtig een zaak rondom een fontein voor het gebouw van Dagblad De Stem in Breda. Die was verlonst en verstopt, en de eigenaar had het zo laten verwaarlozen dat het redelijk leek om het te slopen. De rechter besloot echter dat het werk in oorspronkelijke staat hersteld moest worden.”

Hoe kunnen tuin- en landschapsarchitecten hun auteursrecht het beste organiseren?

“Je kunt relatief makkelijk preventief te werk gaan. Je kunt uitstralen naar opdrachtgevers dat je er waarde aan hecht dat je werk met respect behandeld wordt, dat je als auteur serieus genomen wordt. Daarvoor kun je je website gebruiken, laten zien wat je doet, en bij elke tekening je naam, de datum en het copyright-teken plaatsen. Dat heeft al een bepaald effect. Gewoon goed laten zien wat je doet.

“Het contract gaat een stapje verder. Contracten moet je altijd goed lezen. Vaak worden contracten aangeboden door de opdrachtgever. Daarna is het een onderhandeling. Je moet weten waar je aan toe bent, en je hoeft niet zomaar overal aan toe te geven. Soms zijn contracten teveel in het voordeel van de opdrachtgever. Bij twijfel is het goed om het aan een deskundige te laten zien. Dat hoeft niet veel te kosten, want een compromis of oplossing is vaak snel te vinden. Met architecten hebben we bovendien een abonnementenregeling, dat kunnen we leden van de NVTL ook aanbieden.”

Landschapsarchitect is duizendpoot

Wat een opvallend mooi boek heeft Johan Vlug gekregen voor zijn afscheid als docent Ontwerpen aan Hogeschool Van Hall Larenstein. De noodzaak van ontwerpen maakt zijn ondertitel ‘Veldverkenningen van de Nederlandse landschapsarchitectuur’ volledig waar. In vogelvlucht gaat het langs thema’s als ondernemerschap, tekentechnieken, communicatie, onderwijs en onderzoek, opdrachtgeverschap en internationalisering. Diverse auteurs – waaronder veel oud-studenten van Vlug – geven daarin een mooi overzicht van de praktijk van de Nederlandse landschapsarchitectuur, maar ook van de rol die een hogeschool daarin kan spelen.

Blauwe Kamer, juni 2013

De noodzaak van ontwerpen

Opvallend is de belangrijke plek die het ondernemerschap van de landschapsarchitect inneemt in het boek. De economische crisis jaagt dat zeker aan. Een aantal bureaus vertelt hoe ze tegen de economische stroom in roeien, en toch succes hebben. Atelier Aksis laat zien hoe je met kwaliteit en reële offertes als klein bureau toch werk binnenkrijgt dat opdrachtgevers eerst aan grotere concurrenten gunden. Het Happyland Collective laat zien dat je proactief naar opdrachten kunt dingen via flexibele samenwerkingsverbanden en door zelf maatschappelijke thema’s op de agenda te zetten.

Het ontwerp blijft centraal staan in het werk van de landschapsarchitect, concluderen Vlug en zijn medeauteurs. Tegelijkertijd zijn de eisen die tegenwoordig gesteld worden aan landschapsarchitecten net zo weinig reëel als de lage offertes die sommige bureaus onder druk van de crisis durven te verzenden. Aan het eind sommen Vlug en Rob Aben op wat een landschapsarchitect allemaal moet zijn: vakman, placemaker, supervisor, veelzijdig, regisseur, vermarkter, pragmaticus, wereldverbeteraar. ‘Het is nogal wat: al die competenties zijn nauwelijks te verenigen in één persoon, wellicht in een team of in een netwerk van landschapsarchitecten.’

De noodzaak van ontwerpen – Veldverkenningen van de Nederlandse landschapsarchitectuur, Hogeschool Van Hall Larenstein, 39,50 euro

Door en door Brits

Gordon Haynes presenteert zijn Landscape and Garden Design als een boek met ontwerptechnische lessen uit de geschiedenis, maar evengoed zou je het kunnen beschouwen als een reisgids langs de historie van de Engelse tuin- en landschapsarchitectuur. Want lezers zullen vergeefs zoeken naar voorbeelden van buiten Engeland, of preciezer Groot-Brittannië. Haynes springt door de geschiedenis vanaf de eerste experimenten uit de renaissance tot de kunsttuinen uit de jaren zeventig. Bij elke periode noemt hij de belangrijkste ontwerpers, de belangrijkste tuinen en parken en de belangrijkste stijlkenmerken.

Blauwe Kamer 2 2013

Landscape and Garden Design

Haynes heeft een prachtig boekje gemaakt dat uitstekend geschikt is voor een rondreis langs de rijke historie van de Britse tuin- en landschapsarchitectuur, inclusief een complete opsomming van het onvertaalbare ‘Essentials of a Grand Tour’. Het boek is natuurlijk ook geschikt als lesmateriaal over diezelfde historie, met een uitgebreide bibliografie voor verdere studie. Voor de lessen hamert Haynes vooral op het behoud en de restauratie van de Britse traditie. Evenzogoed een prettig boek, door en door Brits.

Gordon Haynes, Landscape and Garden Design – Lessons from History. Whittles Publishing, ISBN 9781849950824, € 54,50