‘Sustainism’

We leven in een tijd dat ontwerpers continu moeten nadenken over de vraag wat ontwerpen nu eigenlijk inhoudt. De werkelijkheid is meestal zo complex dat zij steeds meer oog moeten krijgen voor de sociale omgeving van datgene waaraan ze ontwerpen. Ontwerpen aan een fysieke situatie wordt zo vooral een sociaal en menselijk proces. Daarbij gaat het tegenwoordig niet eens meer om het verkrijgen van draagvlak – zo twintigste-eeuws – maar over cocreatie, waarbij de klant en consument ineens ‘prosument’ of ‘coproducent’ is. En dan is er nog dat vermaledijde woord ‘duurzaamheid’, waar iedereen de mond van vol heeft zonder het te willen uitspreken. Want wat stelt ontwerpen tenslotte voor als het ontwerp niet duurzaam is?

Blauwe Kamer 4 2013

Sustainist Design Guide

Zo wordt het leven wel erg ingewikkeld. Toch zou ik iedere ontwerper, ook die met weerzin tegen duurzaamheid, willen oproepen om de Sustainist Design Guide te lezen. Dat is namelijk een overzichtelijk boekje dat helder laat zien dat ontwerpers eigenlijk sociale innovatoren zijn, als ze maar willen inzien dat ontwerpen betekent dat je ideeën deelt, kwaliteiten creëert, sociale relaties ontwikkelt en iedereen laat meegenieten. Want dat zijn de vier slogans die de auteurs hanteren om aan te duiden dat duurzame innovatie en sociaal ontwerp leiden tot ‘sustainist-ontwerp’: ‘We zijn wat we delen. Lokaal is een kwaliteit, geen geografische aanduiding. Het draait allemaal om verwantschap. Evenredigheid liever dan schaal.’

‘Sustainism’ wordt zo als een cyclische, contextuele, open, cradle to cradle, plaatsgebonden, genetwerkte en cocreatieve ontwerpmethode tegenover het modernisme met zijn lineaire, universele, gesloten, afvalproducerende, geglobaliseerde, gecentraliseerde en planmatige aanpak. Nou ben ik geen liefhebber van nieuwe ‘-ismen’, maar het maakt wel duidelijk waar het om draait. De twaalf voorbeelden laten tezamen zien dat ontwerpen wel erg breed wordt opgevat en dat de projecten nogal kleinschalig zijn. Neem de open source gereedschapskist voor het bouwen van landbouwvoertuigen, de nog in de wieg liggende FairPhone, een alternatief voor de smartphone, de bij Blauwe Kamer-lezers welbekende Luchtsingel in Rotterdam, en een stadslandbouwproject in de buurt van Parijs. Als het goed is volgen er meer van zulke ontwerpvoorbeelden op www.opensustainistdesign.net.

 

‘Je moet weten waar je juridisch staat’

Er spelen in de wereld van de tuin- en landschapsarchitectuur de laatste jaren verhalen over schendingen van het auteursrecht. Jurist Kees Berendse werkt al tientallen jaren in deze tak van het recht, en werkt nu als zelfstandig specialist intellectueel eigendomsrecht. Ontstaat er een conflict, dan is Berendse’s eerste advies om te zorgen voor een solide juridische basis. “Niet zomaar toegeven.” Daarnaast moeten tuin- en landschapsarchitecten goed laten zien wat ze doen, en laten merken dat ze om de integriteit van hun werk geven.

Blauwe Kamer, juni 2013

Binnen de wereld van de tuin- en landschapsarchitecten is veel te doen over het auteursrecht. Merkt u daar iets van in uw praktijk?

“Nee. Als het goed is, moeten opdrachtgevers last hebben van tuin- en landschapsarchitecten die hun auteursrecht bevechten. Ik ga ervan uit dat het aanbrengen van wijzigingen in hun werk aan de orde van de dag is, maar merk daar niet veel aan. Terwijl het wel de moeite loont. Er zijn genoeg zaken die ontwerpers gewonnen hebben.”

Wat moet je doen als je denkt dat je auteursrecht wordt geschonden?

“Mensen reageren vaak vanuit de emotie. Ze schieten dan vaak in een verzet, sturen brieven of mails of gaan bellen. En omdat mensen dat vaak doen zonder dat ze deskundig zijn, werkt dat vaak contraproductief. Je moet eerst weten wat je rechtspositie is, wat van jou is. Het gevoel speelt mee, maar het publiek speelt ook mee. Je kunt de media en het publiek inzetten voor je zaak. Maar de jurisprudentie is de basis onder het verhaal. Je moet eerst weten waar je juridisch staat. Ga niet zelf zitten rommelen.”

Is de sloop van een gebouw of een ingrijpende wijziging van een park een aantasting van het auteursrecht?

“De Hoge Raad laat daarvoor veel ruimte, maar het is afhankelijk van de omstandigheden, en dus moet je die omstandigheden kennen. Is de opdrachtgever bijvoorbeeld zorgvuldig te werk gegaan? Dat is zo’n grijs gebied, maar je kunt dat als jurist goed inkleuren door bijvoorbeeld jurisprudentie te zoeken die past bij de zaak. Zo ontstaat een beter juridisch beeld. Daar moet je wel deskundigheid  voor hebben.

“De eigenaar is verantwoordelijk, hij heeft een onderhoudsplicht. Dit moet je contractueel regelen, dat het werk in een goede staat wordt gehouden. Er speelde in de jaren tachtig een zaak rondom een fontein voor het gebouw van Dagblad De Stem in Breda. Die was verlonst en verstopt, en de eigenaar had het zo laten verwaarlozen dat het redelijk leek om het te slopen. De rechter besloot echter dat het werk in oorspronkelijke staat hersteld moest worden.”

Hoe kunnen tuin- en landschapsarchitecten hun auteursrecht het beste organiseren?

“Je kunt relatief makkelijk preventief te werk gaan. Je kunt uitstralen naar opdrachtgevers dat je er waarde aan hecht dat je werk met respect behandeld wordt, dat je als auteur serieus genomen wordt. Daarvoor kun je je website gebruiken, laten zien wat je doet, en bij elke tekening je naam, de datum en het copyright-teken plaatsen. Dat heeft al een bepaald effect. Gewoon goed laten zien wat je doet.

“Het contract gaat een stapje verder. Contracten moet je altijd goed lezen. Vaak worden contracten aangeboden door de opdrachtgever. Daarna is het een onderhandeling. Je moet weten waar je aan toe bent, en je hoeft niet zomaar overal aan toe te geven. Soms zijn contracten teveel in het voordeel van de opdrachtgever. Bij twijfel is het goed om het aan een deskundige te laten zien. Dat hoeft niet veel te kosten, want een compromis of oplossing is vaak snel te vinden. Met architecten hebben we bovendien een abonnementenregeling, dat kunnen we leden van de NVTL ook aanbieden.”